Menu Sluiten

Kaaskop in Bonaire: Zoute onderwaterparel van de Caraïben

Kaaskop doet in dit blog het eiland Bonaire aan. In 2013 vlogen we vanuit Oranjestad (Aruba) met een klein, gammel vliegtuigje naar Kralendijk (Bonaire) met maar liefst 13 uur vertraging. Gelukkig waren ze onze koffers ook nog vergeten, dus de hele Antillen-experience was compleet! Gelukkig waren de hosts van Casa Calexico – het huisje waar we een week verbleven – super lief en gaven ons extra tandenborstels en handdoeken. Zo gaat dat in de Caraïben: geen stress, alles op zijn tijd. En optimaal genieten.

En genieten kun je zeker op dit prachtige eiland. Bonaire ligt het meest oostelijk van de drie Benedenwindse eilanden (Aruba-Curacao-Bonaire) en belooft een van de mooiste snorkel- en duikbestemmingen ter wereld te zijn. En niks is minder waar. In dit blog gaan we langs de hoogtepunten van Bonaire af en laat ik jullie zien waarom je Bonaire moet kiezen uit al die eilanden in de Caraïben.

Je kunt Bonaire via een directe vlucht vanuit Amsterdam (KLM) of Brussel (Air Belgium) bezoeken. Bonaire is een ‘bijzondere gemeente’ binnen Nederland, dus je reist gewoon binnen ons schattige kikkerlandje als je Bonaire bezoekt. Er wonen iets meer dan 22.000 inwoners, met name in de ‘steden’ Kralendijk en Rincon, dus dat zorgt ervoor dat je overal op het eiland lekker je eigen ding kunt doen en amper andere toeristen tegenkomt. Het was in ieder geval een ontzettend groot contrast met het drukkere Aruba.

De hoofdstad Kralendijk is een laid-back stadje direct aan de Caribische Zee. De kleurrijke gebouwen weerspiegelen prima in de azuurblauwe zee en je hoeft je echt geen zorgen te maken dat je iets tekort komt. Er zijn veel (surf/duik)winkels, heerlijke restaurants en een aantal piekfijne hotels. Wij sliepen zelf iets verder achteraf in de stad in Casa Calexico. Een aanrader! Vanuit Kralendijk is het hele eiland goed te bereiken en het vliegveld van Bonaire is niet ver met de taxi of je eigen huurauto. Enfin, laten we het eiland verkennen!

Bonaire National Marine Park

Onze huurauto langs een van de vele gemarkeerde duiklocaties van Bonaire. Zie jij de gele steen? Kaaskop Abroad (2013).

Als alumni van de WUR gaat mijn duurzaam hartje harder kloppen als ik hieraan terug denk. De gehele zee rond Bonaire en Klein Bonaire wordt omvat door het Bonaire National Marine Park en is daarnaast ook het oudste zeereservaat ter wereld. Het omvat 2600 hectare aan koraalrif, mangrovevegetaties en zeegrassen. Vooral aan de westzijde van Bonaire zijn verschillende duikplaatsen die gemakkelijk vanuit het strand bereikbaar zijn. Het is daardoor ook wereldberoemd onder de duikers, omdat je niet eerst een boot hoeft te nemen naar de desbetreffende koraalriffen. Met zijn 86 publieke duikplekken op het eiland huist het 57 soorten aan koraal en meer dan 350 soorten tropische vissen. Toch wel iets anders dan een tonijn of een kwal uit de Noordzee.

Hoe kun je dan zulke duiklocaties herkennen? Op elke duikplek staat een geel-geverfde steen met de naam van de duiklocatie. Mijn tip? Rijd met je huurauto en snorkel/duikspullen langs de westkust van het eiland en stop bij de gele stenen die je tegenkomt. Elke plek is weer anders dan de andere plek en je komt overal verschillende soorten vissen – en misschien wel schildpadden – tegen.

Tijdens onze reis naar Bonaire hadden we onze eigen snorkelspullen meegenomen. De auto in, rijden naar een verlaten strandje, snorkel in de mond en genieten van de prachtige onderwaterwereld. Er zijn misschien wel een aantal anderen aan het duiken of snorkelen, maar in principe zie je nergens op het gehele eiland veel toeristen. Het voelt oprecht alsof je een privé zee hebt en de onderwaterfauna -en flora het enige is dat er oom je heen ligt. Soms zie je je moeder dan voorbij spartelen, maar dat laat ik even terzijde. De leukste stranden die ik me kan herinneren zijn Pink Beach en 1000 Steps. Pink Beach ligt in het zuiden van het eiland bij de zoutwinningen. 1000 Steps ligt iets hoger op het eiland en hier moet je eerst 1000 treden naar beneden voordat je bij het strandje uitkomt.

Het Marine Park wordt zonder subsidies gedraaid, dus het betalen van een soort ‘duikvergunning’ (Nature Fee) is dan wel zo eerlijk (én verplicht). De stichting STINAPA zorgt daarnaast ook voor de bescherming van al de flora en fauna binnen het Marine Park en heeft ervoor gezorgd dat speervissen en massatoerisme verboden is.

Klein Bonaire

Het bootje waarmee we naar Klein Bonaire zijn gevaren. Kaaskop Abroad (2013).

Recht voor de kust bij Kralendijk ligt het onbewoonde eiland Klein Bonaire. Het is maar zes vierkante kilometer groot en je zou het eventueel vanaf Bonaire kunnen zwemmen met zo’n 800 meter aan vlinderslagen. Projectontwikkelaars wilden het eiland volbouwen met recreatieoorden, maar gelukkig maakt het tegenwoordig deel uit van het Bonaire National Marine Park.

Klein Bonaire is een prachtige duikbestemming en verschillende duik- en snorkeltours bieden daarom ook een bezoek aan het eiland aan. Het rif rond Klein Bonaire begint vlak aan het strand en loopt tot wel 35 meter diepte. Er zijn hier vooral veel zeepaardjes en zeeschildpadden te spotten. Ik weet nog heel goed dat we vanuit het strand het water in liepen, een tijdje onze ogen uitkeken naar de prachtige riffen en niet veel later de tassen kwijt waren. Houd dus zeker rekening met de stroom van de zee. Het is een heerlijke oefening om terug te zwemmen, maar je kunt ook genieten van een strandwandeling. Het gehele jaar door is het tropisch zonnig, dus je kunt heerlijk je blote buik laten zien aan alle zeemeeuwen. En het is natuurlijk fijn om ook de voorkant van je lichaam bruin te laten worden, want tijdens het snorkelen verbruint/verbrandt alleen je rug en kuiten.

Ik kan me nog heel erg goed herinneren dat het koraalrif ineens ophield en ik drie seconden later niks meer zag dan een blauwe, donkere ruimte. De schimmen van mijn vader leken op een haai en ik deed een angstplastje. Wees dus wel voorbereid als je voor de eerste keer een snorkel in je mond stopt en begin rustig aan. Ik met mijn angst voor vissen deed dat ook en nu ben ik een snorkelaar-pro, al zeg ik het zelf.

Washington Slagbaai Nationaal Park

Lekker de natuur in met de ezels. En dan bedoel ik mijn gezin, want de ezels staan niet op de foto. Kaaskop Abroad (2013).

De gehele noordpunt van Bonaire wordt gevormd door het Washington Slagbaai Nationaal Park en beslaat zo’n 5640 hectare aan natuur. Hierdoor is het het grootste nationaal park van Caribisch Nederland. Dit park is echter via één weg te bereiken, dus zorg ervoor dat je de navigatie goed zet. Je kunt hier zandduinen, stranden, mangroves, bossen en saliñas (zoutmeren) bezoeken. Ook zijn er heel veel schattige flamingo’s, ezels en kolibri’s waarmee je kekke selfies kunt maken.

Het park kun je het gemakkelijkst bezichtigen met je huurauto. Wij hadden een pick-up truck, dus Bram en ik zaten het vaakste gewoon achterin de auto te koekeloeren. Jammer als het regent, maar heerlijk als de zon schijnt. Er zijn verschillende routes (lees: 2) door het park en je kijkt hier wel degelijk je ogen uit. De flora en fauna van dit eiland is indrukwekkend. Het leukste aan het Washington Slagbaai Nationaal Park is dat je hier ook gemakkelijk kunt duiken. Het is hier net iets meer afgelegen dan op de duikplaatsen rond Kralendijk en Rincon, waardoor je je nog meer een avonturier voelt.

Net zoals in Aruba kun je hier ook jezelf uitdagen om een berg te beklimmen. In het Nationale Park ligt het 240 meter hoge Brandaris en dit geeft je een prachtig uitzicht op de rest van het eiland en de azuurblauwe Caribische Zee. Kijk wel uit voor alle cactussen, want als die eenmaal in je billen prikken is het einde vakantie.

In het zuidoosten van het eiland ligt ook nog een natuurlijke omgeving in de vorm van een lagune. Deze plek heet Lac en is vooral bekend om te kayakken door de mangroves van het eiland. Hier komen ook vele locals bijeen om te jammen met elkaar.

Zoutbergen, slavenhuisjes en roze water.

De slavenhuisjes in het zuiden van Bonaire. Kaaskop Abroad (2013).

In het zuiden van Bonaire zijn er nog een aantal bezienswaardigheden die heel veel indruk op mij hebben gemaakt. Langs de zee rijzen enorme zoutbergen uit de grond. Bonaire is een grote leverancier in zeezout en het is ontzettend interessant om hier een tijdje rond te kijken en de verschillende zoutwinninggebieden te bezoeken. Zout was al een booming business sinds de 15e eeuw toen men ontdekte dat het een ideale conserveringsmiddel was voor vlees. Er waren destijds nog geen gigantische koelkasten om je runderkarkassen in te parkeren. Zout ontrekt het water uit het vlees waardoor de houdbaarheid van het vlees verlengd wordt. Tijdens de West-Indische Compagnie had de zouthandel haar oog op Bonaire laten vallen en is het zuiden van het eiland gezegend met natuurlijke zoutpannen. Zout komt natuurlijk in de natuur voor als oplossing in het zeewater en door het indampen van dit water kun je het zout uiteindelijk winnen.

Miljoenen kilogrammen aan zout uit de zoutpannen werden in zoutschepen naar Holland verscheept. Vroeger moesten echter de slavenarbeiders op de zoutpannen werken. Deze slavenarbeiders sliepen met hele gezinnen in kleine huisjes die er nog steeds staan. Ongelovelijk dat dit allemaal gebeurde op zo’n prachtig eiland. De Afrikaanse slaven moesten de hele dag zout hakken terwijl de zonnestralen op hun ontblote ruggen vielen. Eerst woonden de slaven niet eens in het zuiden van Bonaire, maar in Rincon. Later pas werden de slavenhutjes gebouwd, zodat ze niet zeven uur op een dag op en neer moesten lopen.

Sinds de afschaffing van de slavenhandel en andere alternatieven voor zoutwinnning heeft Bonaire toch nog een grote productie aan zout. Het is namelijk zo dat de zoutwinnning op dit Caribische eiland oneindig is. Althans, tot al het zout in de oceaan is opgelost. Tegenwoordig wordt het zout niet gebruikt om mee te koken. Dat wordt gewoon uit Nederland geïmporteerd, omdat er anders allemaal poepjes van schaaldieren uit de zee in je pasta carbonata komen te liggen. Jummie!

Het Pekelmeer is door het hoge zoutgehalte relatief paars van kleur. Als je net vanuit de perfecte hoek een foto neemt, kun je het paarse van het Pekelmeer prachtig in contrast brengen met de fel witte zoutbergen. Wat een plaatje.

Als je niet bang bent voor gigantische zoutbergen, overstekende ezels een prachtige azuurblauwe herinnering door je duikbril, dan is Bonaire de ideale bestemming voor jou. Blauwer en bondiger dan dit kan bijna niet. En vergeet niet dat Aruba en Curacao om de hoek liggen, dus die kun je heel gemakkelijk óók bezoeken in combinatie met Bonaire.

Geplaatst in Midden-Amerika & Caraïben

Misschien is dit ook iets voor jou?

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

CatalàNederlandsEnglishFrançaisDeutschItalianoPortuguêsEspañol
%d bloggers liken dit: